Vestingwerken ontstaan tijdensTachtigjarige oorlog

Belangrijke plaatsen omgaven zich in de middeleeuwen ter verdediging vaak met hoge stenen muren, voorzien van kantelen, torens en poorten. Ze dienden ter bescherming tegen de vijand wanneer die met allerlei belegeringstoestellen de stad wilde aanvallen.

Door het gebruik van buskruit in aanvankelijk nog primitieve kanonnen, kwam er noodgedwongen verandering in de verdedigingstactiek. Muren van steen bleken niet meer sterk genoeg. Zij werden vervangen door aarden wallen met bastions die de afgeschoten kogels konden opvangen.

Een brede gracht met ravelijnen en een in- en uitspringende buitenwal maakten het voor de aanvallers extra moeilijk de vesting te veroveren. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werden tientallen plaatsen in Nederland op deze manier beveiligd. Stevensweert kreeg zijn vestingwerken in 1633 toen de Spanjaarden het eiland in de Maas heroverden.

Het door de vestingbouwers meetkundig uitgezette systeem bleef intact tot 1874. Toen werden de vestingwerken door Nederlandse regering aan de gemeente Stevensweert verkocht. De sloop duurde enkele tientallen jaren.